Algemeen

Hoe is het gesteld met de kwaliteit van mediation in Nederland?

Mediation heeft in Nederland in de afgelopen decennia een duidelijke ontwikkeling doorgemaakt. Het vakgebied professionaliseerde, raakte meer verweven met het rechtsbestel en kent inmiddels diverse registers, beroepsorganisaties en systemen voor kwaliteitsborging. Het mediationveld is echter sterk gevarieerd. Er bestaat geen vaste methodiek, mediation wordt bij uiteenlopende conflicten toegepast en registers en beroepsorganisaties hanteren verschillende kwaliteitskaders. Maar wat weten we eigenlijk over de kwaliteit van de mediation die in de praktijk wordt geleverd?

Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) heeft onderzocht wat hierover op grond van empirische bevindingen kan worden vastgesteld. Daarbij is kwaliteit vanuit drie dimensies bekeken, namelijk (1) het systeem waarbinnen mediation plaatsvindt, (2) het mediationproces en (3) het resultaat van mediation.

Wat valt op uit het onderzoek?

Het meest opvallend is dat mediation door gebruikers overwegend positief wordt beoordeeld. Zij zijn gemiddeld genomen tevreden over het verloop van het proces. Ook over de deskundigheid, voorbereiding en klantvriendelijkheid van de mediator zijn gebruikers tevreden. Daarnaast zijn gebruikers gemiddeld genomen goed geïnformeerd en ervaart een ruime meerderheid voldoende ruimte om het eigen perspectief naar voren te brengen.

Tegelijkertijd blijkt dat niet voor ieder onderdeel een positief oordeel wordt gegeven. Uit onderzoek over 2019 blijkt bijvoorbeeld dat 29 procent van de mediationgebruikers vond dat niet alle belangrijke punten over het probleem tijdens de mediationbijeenkomsten waren besproken.

Toch zijn de resultaten overwegend positief. In 2024 werd in 56 procent van de mediations gedeeltelijke of volledige overeenstemming bereikt. Uit onderzoek over 2019 blijkt dat 71 procent van de mediations resulteerde in een volledige of gedeeltelijke oplossing van het geschil. Ook blijkt het merendeel van de mediationdeelnemers tevreden te zijn met het resultaat.

Over de onpartijdigheid van de mediator is het beeld minder uitgesproken. Iets meer dan de helft van de mediationgebruikers vindt dat de mediator zich onpartijdig opstelt. De overige gebruikers hebben hierover geen mening of vinden dat de mediator partijdig was.

Zoekt u verdieping op dit onderwerp? Bekijk ons opleidingsaanbod!

Utrecht Business School is de business school voor management executives en business leaders in Nederland. Wij leiden onze deelnemers op tot zwaardere professionals en bereiden ze, middels post-initieel onderwijs en certificering, voor op een volgende carrièrestap. Lees meer →

Zakelijke meeting – Utrecht Business School

Over kritische aspecten is nog weinig bekend

Het overwegend positieve beeld moet echter worden bezien tegen de achtergrond van de beschikbare kennis. Over bepaalde onderdelen van kwaliteit is empirische informatie beschikbaar, maar over andere onderdelen is aanzienlijk minder bekend.

Het WODC onderscheidt op grond van literatuur drie dimensies van kwaliteit, die zijn uitgewerkt in negen indicatoren en 36 kenmerken. Voor zeven van de negen indicatoren is empirische informatie beschikbaar. Voor slechts elf van de 36 kenmerken is empirische informatie gevonden. De beschikbare kennis over de kwaliteit van mediation is volgens het WODC dan ook beperkt tot zeer beperkt.

Vooral over bepaalde onderdelen van de resultaatkwaliteit bestaan kennislacunes. Over het bereiken van een gedeeltelijke of volledige overeenkomst is relatief veel informatie beschikbaar. Over de aard van de overeenkomst en veranderingen in het conflict is weinig tot geen empirische informatie beschikbaar. Over veranderingen in de relatie tussen partijen en de mate waarin het bereikte resultaat als eerlijk wordt ervaren, is geen empirische informatie gevonden. Daaruit kan niet worden afgeleid dat mediation geen invloed heeft op de relatie tussen partijen of dat de resultaten niet eerlijk zijn. Het betekent dat de beschikbare kennis geen grondslag biedt om daar uitspraken over te doen. Ook over de duurzaamheid van afspraken ontbreekt systematisch inzicht. Daarmee blijft een belangrijke vraag over het resultaat van mediation vooralsnog onbeantwoord, namelijk in hoeverre de gemaakte afspraken op langere termijn stand houden. 

Kwaliteitsborging verschilt binnen het mediationveld

Dat over verschillende aspecten van kwaliteit weinig kennis beschikbaar is, betekent niet dat kwaliteitsborging ontbreekt. De Nederlandse mediationmarkt wordt volgens het WODC in sterke mate gekenmerkt door zelfregulering. Private registers en beroepsorganisaties spelen daarin een belangrijke rol. Daarnaast bestaan vormen van publieke regulering, met name via de Raad voor Rechtsbijstand en de Nederlandse Orde van Advocaten. Deze publieke regulering heeft echter slechts betrekking op een deel van de mediationmarkt. Het WODC onderscheidt bij kwaliteitsborging drie soorten instrumenten, namelijk ingangsbewaking, kwaliteitsmonitoring en correctiemechanismen. Het gaat daarbij om eisen voor toelating, het bewaken van de naleving van kwaliteitsnormen en mogelijkheden om op te treden wanneer niet aan die normen wordt voldaan.

De precieze eisen en instrumenten verschillen tussen registers en beroepsorganisaties. Bij MfN-registermediators gelden bijvoorbeeld eisen ten aanzien van praktijkervaring, permanente educatie, intervisie en periodieke peer review. Het bestaan van dergelijke kwaliteitssystemen zegt echter nog niet hoe mediation in de praktijk daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Daarover is de beschikbare kennis simpelweg beperkt.

Geen eenduidig systeem voor de gehele sector

De inrichting van de mediationsector maakt kwaliteitsborging bovendien complex. Mediation kent geen vaste methodiek, wordt bij uiteenlopende conflictsituaties toegepast en kent verschillende registers en een aanzienlijk aantal beroepsorganisaties. Die variatie leidt tot discussie over wat kwaliteit van mediation inhoudt, welke problemen en uitdagingen bestaan, welk kwaliteitssysteem nodig is en welke indicatoren moeten worden gebruikt om kwaliteit te beoordelen.

Het is tot nu toe moeilijk gebleken om tot een eenduidig systeem voor kwaliteitsbevordering en kwaliteitsbewaking te komen. Dat speelt ook bij de discussie over een centraal mediatorsregister. De Adviescommissie Centraal Mediatorsregister liet de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in juni 2026 weten dat de voorwaarden voor een succesvolle realisatie van een centraal mediatorsregister op dat moment ontbraken. Er was onvoldoende draagvlak binnen het mediationveld. Als alternatief stelde de commissie voor om de kwaliteitsnormen en eisen voor toelating van mediators tot bestaande registers wettelijk te uniformeren. De staatssecretaris heeft aangegeven deze mogelijkheid samen met betrokken partijen verder te verkennen.

Kwaliteitsontwikkeling: eerst vaststellen waar de problemen zitten

Volgens het WODC is voor verdere kwaliteitsontwikkeling eerst een beter inzicht nodig in de problemen en uitdagingen die daadwerkelijk rond de kwaliteit van mediation bestaan. Op basis daarvan kunnen vervolgens concretere doelen voor kwaliteitsbevordering en kwaliteitsbewaking worden vastgesteld. Een van de voorstellen is daarom nader onderzoek onder gebruikers. Daarbij kan worden onderzocht hoe gebruikers de kwaliteit van mediation en mediators beoordelen, waar zij mogelijkheden voor verbetering zien en welke rol een register speelt bij hun keuze voor een mediator. Het WODC noemt daarbij nadrukkelijk ook deelnemers die een mediationtraject voortijdig hebben beëindigd. Daarnaast kan worden onderzocht of de geschiktheid van mediation verschilt naar het soort geschil.

Meer kennis nodig over wat mediation daadwerkelijk oplevert

Het WODC stelt daarnaast voor om de veronderstelde voor- en nadelen van mediation beter te onderzoeken. Mediation wordt onder meer geassocieerd met lagere kosten, een kortere doorlooptijd, meer tevredenheid en een grotere ervaren rechtvaardigheid dan traditionele juridische procedures. Over deze aspecten bestaat empirische informatie, maar het beschikbare onderzoek is vooral beschrijvend van aard.

Om de bevindingen beter te kunnen beoordelen, stelt het WODC voor gerechtelijke procedures als referentiekader te gebruiken. Daarbij moet rekening worden gehouden met kenmerken van de zaak, zoals de complexiteit, en met kenmerken van de betrokken partijen, zoals hun bereidheid om te onderhandelen.

Ook de duurzaamheid en juridische kwaliteit van afspraken verdienen volgens het WODC meer aandacht. Er bestaat geen systematisch inzicht in de duurzaamheid van afspraken die via mediation worden bereikt. Een mogelijkheid om meer over de juridische kwaliteit te weten te komen, is het laten beoordelen van vaststellingsovereenkomsten door deskundigen.

Verder vraagt het WODC aandacht voor mogelijke druk en machtsongelijkheid. Uit interviews met mediators kwamen voorbeelden naar voren van situaties waarin deelname volgens hen minder vrijwillig was of waarin afspraken niet voor beide partijen even voordelig uitpakten. Het WODC benadrukt dat het hierbij om anekdotische informatie gaat en dat systematisch inzicht ontbreekt. Nader onderzoek onder gebruikers zou daarom aandacht kunnen besteden aan ervaren druk, mogelijke machtsongelijkheid en de manier waarop mediators daarmee omgaan.

Conclusie: voorlopig positief, maar nog geen volledig oordeel

De bevindingen geven geen aanleiding om de kwaliteit van mediation in Nederland als onvoldoende te beoordelen. Het WODC spreekt juist van een voorlopig positief beeld. Gebruikers zijn gemiddeld genomen tevreden over het proces en de mediator, het merendeel is tevreden met het resultaat en in een aanzienlijk deel van de mediations wordt overeenstemming bereikt of het geschil geheel of gedeeltelijk opgelost.

Maar het beschikbare onderzoek bestrijkt dus niet alle aspecten die voor de kwaliteit van mediation van belang zijn. Actuele kennis ontbreekt over hoe mediation daadwerkelijk wordt uitgevoerd, wat mediation daadwerkelijk oplevert en wat de daadwerkelijke effectiviteit ervan is. Daarmee is ook het antwoord op het centrale vraagstuk begrensd. Op grond van de huidige kennis kan niet volledig worden vastgesteld hoe het met de kwaliteit van mediation in Nederland is gesteld. De beschikbare bevindingen zijn voorlopig positief, maar voor een volledig oordeel is aanzienlijk meer kennis nodig.

BRON

  1. W.J. Verhoeven, T. Geurts en V. Ljujic, Mediation in Nederland: Ontwikkeling, kwaliteitsborging en empirische inzichten in kwaliteit, WODC, Cahier 2026-14.