Bij fusies en overnames (M&A) speelt bedrijfswaardering een centrale rol. Toch is waarderen in de praktijk zelden een puur objectieve rekensom. In M&A-processen staan waarderingen vrijwel altijd onder invloed van tijdsdruk, strategische ambities en onderhandelingstactiek.
Dat leidt ertoe dat waarderingen regelmatig tekortschieten. Niet omdat professionals hun vak niet beheersen, maar omdat aannames, belangen en menselijk gedrag ongemerkt het model binnensluipen. Het gevolg: overbetaling, teleurstelling na de deal, goodwill-afboekingen en gemiste waarde.
Onderstaand daarom een overzicht van tien veelvoorkomende waarderingsfouten die in de M&A-praktijk.
1. De disconteringsvoet als schuifknop
In theorie weerspiegelt de disconteringsvoet het risico van een onderneming. In de praktijk wordt deze vaak gebruikt als een stuurknop. Een kleine aanpassing in de WACC kan een groot verschil maken in de uitkomst van de waardering.
Veelal worden sectorcijfers zonder nuance toegepast, terwijl specifieke risico’s zoals integratieproblemen of landenrisico’s onvoldoende expliciet worden meegenomen. De waardering lijkt objectief, maar is sterk afhankelijk van onderhandelingsruimte.
2. Cashflows als mooi verhaal
Kasstroomprojecties zijn zelden puur analytisch. Ze vertellen een verhaal over groei, synergie en schaalvoordelen. Dat verhaal is vaak optimistischer dan de realiteit.
Synergieën worden snel ingeprijsd, integratiekosten worden onderschat en historische schommelingen verdwijnen uit de forecasts. De waardering bevestigt op deze wijze het gewenste besluit, in plaats van het kritisch te toetsen.
3. Te veel vertrouwen in de terminal value
In veel waarderingen komt het grootste deel van de waarde uit de terminal value. Juist dit onderdeel krijgt vaak weinig aandacht. Groei wordt verondersteld die hoger ligt dan economisch realistisch is, of er wordt gerekend met multiples uit gunstige marktperiodes. Daardoor betalen kopers voor een toekomstbeeld dat aantrekkelijk oogt, maar lastig houdbaar is.
4. Modellen naast elkaar zonder samenhang
DCF-modellen, marktvergelijkingen en transactiemultiples worden vaak naast elkaar gepresenteerd. Verschillen worden benoemd, echter niet altijd verklaard.
Als gevolg hiervan ontstaat de indruk dat de waarde zorgvuldig is onderbouwd, terwijl de onderliggende aannames niet altijd met elkaar stroken. De rekensommen kloppen, maar het verhaal niet altijd.
5. Vergeten dat markten cyclisch zijn
Waarderingen worden gemaakt in een specifieke marktomgeving, maar behandeld alsof zij tijdloos zijn. Substantiële multiples in een opgaande markt worden al snel als nieuw normaal gezien. Dat verklaart waarom veel deals vlak voor een omslag plaatsvinden en waarom waardecreatie na de overname tegenvalt.
6. Beperkte data, grote conclusies
Onder tijdsdruk en met beperkte informatie moeten soms vergaande conclusies worden getrokken. Financiële cijfers zijn niet altijd goed genormaliseerd en toekomstige investeringen worden onderschat. De waardering suggereert zekerheid, terwijl de onderliggende informatie dat niet rechtvaardigt.
7. Vergeten dat de mens achter het model schuil gaat
Waarderingen worden gemaakt door mensen, niet door spreadsheets. Dealteams werken onder druk, waar persoonlijke en financiële belangen een rol spelen. Dat maakt waarderingen gevoelig voor bevestigingsdrang, groepsdenken en de neiging om vast te houden aan een ingezette koers. De uitkomst volgt soms de deal, niet andersom.
8. Due diligence te laat in het proces
In theorie zou due diligence de waardering moeten voeden. In de praktijk lopen beide trajecten vaak parallel. Nieuwe inzichten leiden dan zelden tot een herziening van de prijs, maar worden juridisch opgelost via garanties en vrijwaringen. Economische risico’s verdwijnen zo tevaak uit de waardering.
9. Te weinig aandacht voor zachte factoren
Steeds vaker zit waarde in mensen, cultuur, data en klantrelaties. Tegelijk zijn dit precies de factoren die lastig te kwantificeren zijn. Veel waarderingen gaan uit van continuïteit, terwijl integratie juist frictie veroorzaakt. De echte waarde wordt daardoor pas zichtbaar na de overname.
10. Private bedrijven vergelijken met beursbedrijven
Bij niet-beursgenoteerde ondernemingen worden vaak beursmultiples gebruikt als referentie. Daarbij wordt onvoldoende gecorrigeerd voor verschillen in liquiditeit, governance en schaal. Dat kan leiden tot een te hoge waardering, met alle gevolgen van dien.
Conclusie
Bedrijfswaardering in M&A is geen exacte wetenschap. De grootste fouten zitten zelden in de rekentechniek, maar in aannames, gedrag en context. Voor professionals betekent dit dat goede waardering niet vraagt om complexere modellen, maar om scherpere vragen. Welke aannames maken we? Wat nemen we als vanzelfsprekend aan? En durven we een waardering te laten botsen met het dealverhaal?
Pas dan wordt waardering een hulpmiddel voor betere besluiten, in plaats van een bevestiging van wat men toch al wilde doen.
Winstgevendheid verhogen en uw bedrijf in waarde laten toenemen?
UBS Business Value Creation Services ondersteunt organisaties bij het verhogen van winst- en bedrijfswaarde. Ons team focust zich hierbij op domeinen die de grootste impact hebben op het bedrijfsresultaat. Lees meer →












