Digitalisering & ICT

Agentic AI is niet per definitie efficiënter en goedkoper

Kunstmatige intelligentie wordt vaak gepresenteerd als hét antwoord op inefficiënte processen en oplopende personeelskosten. Zeker met de opkomst van agentic AI — systemen die zelfstandig taken uitvoeren, beslissingen voorbereiden en workflows aansturen — ontstaat steeds vaker het beeld dat menselijke arbeid structureel vervangen kan worden door goedkopere en efficiëntere automatisering.

Die redenering klinkt logisch, maar blijkt in de praktijk veel minder vanzelfsprekend dan vaak wordt aangenomen. Want dat AI een taak kan uitvoeren, betekent nog niet automatisch dat dit ook economisch slimmer, organisatorisch eenvoudiger of kwalitatief beter is.

Technologische capaciteit is niet hetzelfde als efficiëntie

Veel discussies over AI vertrekken vanuit een technisch perspectief, namelijk wat de technologische tool kan. Organisaties draaien echter uiteindelijk niet alleen op technische mogelijkheden. Zij draaien op kostenstructuren, proceskwaliteit, betrouwbaarheid, governance en schaalbaarheid. En hier ontstaat vaak een verkeerd beeld rondom agentic AI.

Een autonoom AI-systeem lijkt aan de oppervlakte misschien efficiënt omdat het zonder menselijke tussenkomst taken uitvoert. Maar achter zo’n agent zitten vaak complexe ketens van modellen, API-calls, geheugenstructuren, controleslagen en rekencapaciteit. Een relatief eenvoudige taak kan daardoor onverwacht veel infrastructuur vereisen.

Een medewerker die bijvoorbeeld een eenvoudige contractwijziging verwerkt, gebruikt impliciete kennis, ervaring en context vrijwel direct. Een AI-agent moet diezelfde taak mogelijk eerst interpreteren, relevante data ophalen, documenten analyseren, informatie structureren, output genereren en vervolgens controleren of het resultaat correct is. Dat proces kan technisch indrukwekkend zijn, maar zeker niet a priori goedkoper.

Schaal vergroot niet alleen de voordelen, maar ook de kosten

In pilots lijken AI-oplossingen vaak spectaculair effectief. Dat komt omdat de aandacht vooral uitgaat naar wat technisch mogelijk is. De economische realiteit wordt meestal pas zichtbaar wanneer AI breed binnen organisaties wordt uitgerold. Dan veranderen kleine kosten ineens in structurele bedrijfskosten.

Neem bijvoorbeeld geautomatiseerde klantenservice. Bij standaardvragen kan AI aanzienlijke efficiëntiewinst opleveren. Maar zodra gesprekken nuance, emotionele intelligentie of context vereisen, ontstaan vaak extra interacties, correcties en escalaties. Klanten raken gefrustreerd, medewerkers moeten alsnog ingrijpen en organisaties betalen uiteindelijk zowel voor de AI-infrastructuur als voor menselijke herstelcapaciteit.

Wat op papier een kostenbesparing leek, verandert dan in een hybride proces dat juist extra complexiteit creëert.

Meer autonomie betekent ook meer beheerslast

Een ander onderschat aspect van agentic AI is dat autonomie nieuwe vormen van controle noodzakelijk maakt. Hoe zelfstandiger systemen opereren, hoe belangrijker monitoring, auditing, security en governance worden. Organisaties moeten immers begrijpen waarom een AI-agent bepaalde beslissingen neemt, welke acties zijn uitgevoerd en wie verantwoordelijk blijft wanneer fouten ontstaan. Dat betekent dat AI niet alleen werk automatiseert, maar tegelijkertijd nieuwe beheersprocessen introduceert.

Binnen softwareontwikkeling zie je dat effect steeds duidelijker terug. AI-agents kunnen code genereren, testen uitvoeren en documentatie schrijven. Dat versnelt het ontwikkelproces aanzienlijk. Maar wanneer organisaties te afhankelijk worden van autonome codegeneratie zonder noodzakelijke menselijke validatie, ontstaan vaak technische issues met alle gevolgen van dien. Denk bijvoorbeeld aan een code die functioneert, maar blijkt later slecht onderhoudbaar, inconsistent of kwetsbaar vanuit securityperspectief. De initiële snelheidswinst verschuift dan simpelweg naar toekomstige herstelkosten.

Sneller produceren betekent niet automatisch beter werken

Agentic AI-systemen zijn uitzonderlijk sterk in het genereren van output. Rapporten, analyses, presentaties en beleidsdocumenten kunnen binnen seconden geproduceerd worden. Maar snelheid zegt weinig over kwaliteit, toepasbaarheid of organisatorische waarde. Juist daar ontstaat binnen veel organisaties een nieuw probleem: een enorme toename van informatie zonder vergelijkbare verbetering van besluitvorming.

Mensen moeten nog steeds controleren, interpreteren, filteren en prioriteren. In sommige situaties verschuift AI het werk dus niet weg, maar verandert het vooral de aard van het werk. Medewerkers besteden minder tijd aan produceren en meer tijd aan controleren. En dat verschil is essentieel.

Want wanneer verificatie, kwaliteitscontrole en correcties structureel noodzakelijk blijven, is de vraag gerechtvaardigd of een volledig autonome oplossing daadwerkelijk efficiënter is dan een goed ingericht menselijk proces.

Niet iedere taak vraagt om maximale intelligentie

Een veelgemaakte fout bij AI-implementaties is dat organisaties automatisch de zwaarste modellen inzetten omdat die theoretisch gezien de hoogste kwaliteit leveren. Maar dat is bedrijfseconomisch vaak onlogisch.

Geen enkele organisatie zet de duurste specialist op routinematig werk. Je vraagt een senior strateeg ook niet om de hele dag standaardmails te beantwoorden of administratieve correcties door te voeren. Niet omdat die persoon dat niet kan, maar omdat het een inefficiënte inzet van capaciteit is.

Met AI werkt het precies hetzelfde. Veel taken binnen organisaties vereisen helemaal geen geavanceerd redeneervermogen. Denk aan standaardclassificaties, eenvoudige samenvattingen, basisrapportages of routinematige communicatie. Voor dergelijke werkzaamheden zijn lichtere modellen vaak voldoende. Soms zijn traditionele softwaresystemen zelfs efficiënter. En in bepaalde gevallen blijft een mens simpelweg goedkoper, betrouwbaarder of effectiever. Vooral wanneer context, verantwoordelijkheid of relationele afstemming een grote rol spelen.

De echte waarde zit meestal in samenwerking

Het dominante narratief rondom AI draait vaak om vervanging: mens óf machine. Maar in de praktijk ontstaat de meeste waarde juist in de combinatie van beide. AI is uitzonderlijk goed in snelheid, schaalbaarheid, patroonherkenning en het verwerken van grote hoeveelheden informatie. Mensen blijven daarentegen sterk in contextueel begrip, oordeelsvorming, empathie, creativiteit en verantwoordelijkheid. Bedrijven die die combinatie goed organiseren, bouwen doorgaans sterkere processen dan organisaties die blind volledige automatisering nastreven.

Een jurist die AI gebruikt om grote hoeveelheden documenten snel te analyseren, kan bijvoorbeeld veel productiever werken zonder dat de juridische beoordeling volledig geautomatiseerd hoeft te worden. Een consultant kan sneller analyses structureren met behulp van AI, terwijl interpretatie en strategische afwegingen menselijk blijven. Een arts kan AI inzetten voor patroonherkenning in medische data, terwijl diagnose en patiëntcommunicatie menselijke verantwoordelijkheid blijven. De grootste economische waarde ontstaat dus vaak niet door volledige vervanging van arbeid, maar door slimme taakverdeling.

AI-orkestratie wordt een strategische competentie

De relevante vraag is niet langer simpelweg: “Hoe zetten we AI in?”
Een belangrijkere vraag is: “Welke vorm van intelligentie zetten we in voor welke taak, tegen welke kosten en onder welke voorwaarden?”

Dat vraagt om een nieuwe organisatorische competentie: AI-orkestratie. Die vaardigheid gaat veel verder dan prompten of tools gebruiken. Het draait om het begrijpen van procesontwerp, modelkeuze, kwaliteitsniveaus, kostenstructuren, risico’s en menselijke meerwaarde. De daaruit voortvloeiende vragen:

  • Wanneer is een licht model afdoende?
  • Wanneer voegt een zwaar redeneermodel echt waarde toe?
  • Wanneer blijft menselijke controle noodzakelijk?
  • En wanneer is automatisering organisatorisch simpelweg minder verstandig dan menselijke uitvoering?

Juist organisaties die gedegen onderscheid maken, zullen waarschijnlijk het meeste voordeel halen uit AI.